Opvoeden richting 2045: experten Maarten Vansteenkiste en Bart Soenens aan het woord

Maarten Vansteenkiste

De wereld om ons heen verandert merkbaar. Dat brengt nieuwe vragen met zich mee voor gezinnen. We leven in een tijd van grote maatschappelijke uitdagingen. Economische onzekerheid, geopolitieke spanningen en de klimaatcrisis maken dat de toekomst voor ouders en jongeren soms onstabiel en onvoorspelbaar aanvoelt. Hoe begeleiden we de volgende generaties richting de wereld van 2045? Comon ging hierover in gesprek met Bart Soenens, ontwikkelingspsycholoog, en Maarten Vansteenkiste, motivatiepsycholoog aan Universiteit Gent.

Het beeld van de ‘helikopterouder’ bijgesteld

Image
Bart Soenens

In gesprekken en media horen we vaak dat ouders vandaag te beschermend zouden zijn. Het stereotype is bekend. Ouders zouden overbetrokken zijn en te vaak problemen oplossen voor hun kinderen. Doordat ouders als helikopters boven de hoofden van hun kinderen cirkelen, zouden kinderen onvoldoende zelfstandigheid en weerbaarheid ontwikkelen. 

De voorbije decennia lijken jongeren in Westerse landen inderdaad later tot zelfstandigheid te komen. De leeftijd waarop jongeren de eerste keer seks hebben, een vaste relatie hebben, het ouderlijk huis verlaten, een eerste betaalde job aannemen, en een gezin stichten lijkt steeds maar op te schuiven. Zou dit niet allemaal het gevolg zijn van een toegenomen ouderlijke bepampering, waarbij jongeren in een bubbel opgroeien en de stap niet durven te zetten naar de volwassen wereld?

Wetenschappelijk onderzoek schetst een genuanceerder en zelfs hoopvol beeld. Het is waar dat ouders meer tijd dan vroeger doorbrengen met hun kinderen. Vooral vaders hebben daar een inhaalbeweging gemaakt. Die toegenomen ouderlijke betrokkenheid wordt echter niet als betuttelend en verstikkend ervaren door jongeren. Wel integendeel. Jongeren geven vandaag aan dat ze gemakkelijker en opener met hun ouders kunnen praten dan vroeger. Onderzoek dat rechtstreeks nagaat of er historische veranderingen zijn in ouderlijke overbescherming, toont hoogstens een kleine en bescheiden toename.

Bart Soenens
Het idee dat we vandaag met een pandemie van overbeschermende ouders zitten, is niet overtuigend in onderzoek aangetoond.
Bart Soenens
Universiteit Gent

Zoeken naar houvast in een onvoorspelbare wereld 

Als het niet een epidemische toename in helikopteropvoeden is die verantwoordelijk is voor het vertraagde traject naar zelfstandigheid bij jongeren, wat dan wel? De Life History theorie biedt hier een bijkomend perspectief. In stabiele tijden zouden kinderen vaker ontwikkelen volgens een zogenaamde slow life strategy, gericht op lange termijnplanning en investeren in relaties. Mensen studeren langer, zoeken later stabiliteit en krijgen gemiddeld minder kinderen. De voorbije decennia werd de westerse wereld inderdaad gekenmerkt door vooruitgang, toenemende welvaart en vrede. Jongeren kunnen het zich in die omstandigheden permitteren om hun tijd te nemen en zichzelf te leren kennen vooraleer ze in volwassen rollen stappen. Volgens dit perspectief moet die late zelfstandigheid dus niet meewarig bekeken worden als een gebrek aan maturiteit of als het gevolg van bepampering: het is een logisch ontwikkelingstraject gegeven de bredere maatschappelijke context. 

De hamvraag voor de toekomst is of we vandaag niet op een kantelpunt zijn beland. De wereld is in de voorbije jaren in sneltempo veranderd, met een opeenvolging van wereldwijde crisissen op vlak van economie, gezondheid, klimaat, en geopolitieke verhoudingen. Wanneer onzekerheid en dreiging toenemen, kan de ontwikkeling van kinderen verschuiven naar een fast life strategy, waarbij veiligheid en onmiddellijke zekerheid belangrijker worden.  

Mensen kiezen dan mogelijk voor grotere gezinnen en voor een andere manier van opvoeden. De druk op jongeren om sneller op eigen benen te staan en om te kunnen voorzien in hun eigen levensonderhoud zou groter kunnen worden. Ouders zouden beschermender kunnen worden, vanuit angst voor de gevaarlijke wereld die het daarbuiten is geworden. Of ze zouden net harder en strenger kunnen worden, vanuit het idee dat een harde opvoeding nodig is om je eigen boontjes te leren doppen en gewapend te zijn voor de meedogenloze en competitieve maatschappij. In beide gevallen handelen ouders vanuit een begrijpelijke wens om hun kinderen voor te bereiden op een onzekere wereld. Hoe ouders daarbij precies reageren hangt wellicht ook af van het soort mens- en wereldbeeld dat ze hebben. Vooral ouders die denken dat we in een dog-eat-dog wereld leven, waarin enkel de sterksten kansen krijgen, zouden weleens hard kunnen hameren op zelfstandigheid. Ze duwen hun kinderen zonder bandjes in het zwembad en verwachten dat ze zelf wel zullen leren zwemmen. 

Maarten Vansteenkiste
Mijn vrees is een beetje dat, als de mondiale ontwikkelingen verder evolueren zoals ze nu bezig zijn, sommige ouders richting een hardere stijl van opvoeden zullen gaan.
Maarten Vansteenkiste
Universiteit Gent

Wat is er echt nodig om weerbaarheid bij te brengen aan toekomstige generaties?

Image
Bart Soenens

Het is maar zeer de vraag of een strengere opvoeding en meer nadruk op zelfstandigheid echt werkt om jongeren weerbaarheid bij te brengen in onze onvoorspelbare maatschappij. Studies tonen dat een dwingende aanpak en opvoeding die jongeren verplicht tot onafhankelijkheid op lange termijn net minder goed werkt.  

Wat jongeren vooral nodig hebben is dat ouders richting geven op een autonomie-ondersteunende wijze: ouders geven dan nog altijd belangrijke vaardigheden en waarden mee, maar doen dat met inspraak en ruimte voor initiatief. Ze zijn op dat moment noch onbetrokken en hardvochtig, noch bepamperend. Ouders luisteren, nemen het perspectief van hun kind serieus en geven ruimte om te oefenen met keuzes.

Die combinatie van structuur en autonomie-ondersteuning brengt op langere termijn echte weerbaarheid met zich mee omdat jongeren beter weten waar ze zelf voor staan: ze ontwikkelen een sterk intern kompas dat toelaat om beter te navigeren door de stormen van het leven. Ze leren ook vertrouwen op hun emoties: in plaats van met de tanden op elkaar geklemd moeilijke gevoelens te onderdrukken, durven ze emoties openlijk tegen het licht te houden en eruit bij te leren voor de toekomst. Het zijn die ontwikkelingsvaardigheden die essentieel zijn om jongeren te leren omgaan met onzekerheid.

Wat brengt de toekomst?

Aan het einde van het gesprek werd een AI-assistent uit het fictieve jaar 2045 geraadpleegd, ontwikkeld door Comon. Die schetste een sterk technologisch en optimistisch toekomstbeeld. 

De professoren reageerden met enige scepsis. Het scenario voelde volgens hen eenzijdig en te optimistisch. Zoals één van hen het luchtig formuleerde: hij zag zichzelf niet met een telefoon opvoeden. Menselijk contact blijft volgens hen de kern. Onderzoek toont immers dat offline verbondenheid veel sterker samenhangt met welzijn dan online connectie.

Conclusie: de blijvende waarde van een goed gesprek

Hoe onzeker de toekomst ook wordt, de oplossing ligt niet in hardvochtigheid, strengere regels of een holle oproep tot meer zelfstandigheid en weerbaarheid. Investeren in dialoog, luisteren naar hoe kinderen de wereld ervaren, en hen leren om authentieke keuzes te maken, vormt de sterkste basis. Zo geven we de volgende generatie vertrouwen om hun eigen weg te vinden.

Benieuwd hoe opvoeden er kan uitzien in 2045?

Hoe voeden we kinderen op in een wereld die snel verandert? Wat als technologie mee aan de tafel zit? En wie draagt straks verantwoordelijkheid: ouders alleen, of de hele samenleving? Daarom gingen experts in dialoog met een speciaal ontwikkelde GPT die een toekomstscenario voor 2045 uitwerkte. Niet om één voorspelling te maken, maar om mogelijke en wenselijke toekomsten te verkennen. Steeds vertrekkend vanuit dezelfde vraag: Wat hebben kinderen en ouders nodig om goed te kunnen groeien?

Hoe ziet opvoeden eruit in 2045